Eenvoudige woorden
Gebruik zo min mogelijk moeilijke woorden. Blijf dicht bij spreektaal. Bijna niemand gebruikt mondeling woorden als ‘reeds’, ‘middels’ of ‘dientengevolge’. Dat doe je in je geschreven teksten dus ook niet.
Geen afkortingen
Gebruik geen functionele afkortingen als m.b.t., t.g.v., i.o.v., o.a. en n.a.v. De lezer zet dit in zijn hoofd alsnog om naar woorden. Dat kost tijd en moeite, wat de leesbaarheid van je tekst vermindert.
Schrijf positief
Tip: vermijd als het even kan woorden met een negatieve lading zoals ‘niet’, ‘nooit’, ‘geen’ en ‘maar’.
Schrijf actief
Vermijd zinnen met ‘worden’, ‘gaan’, ‘zullen’, ‘willen’ en ‘zijn’. Dan ben je duidelijk en persoonlijk. En: grote kans dat je zinnen direct een stuk korter zijn.
Vermijd ingewikkelde constructies
Zoals tangconstructies. Dat zijn zinnen binnen zinnen. Een zin met een tangconstructie leest niet prettig.
Zo breng je deze tips in de praktijk
- Wel: “Tussen ‘s-Hertogenbosch en Eindhoven ligt historisch boetiekhotel The Yard Hotels, aan de passantenhaven in Veghel. Hier combineren we het karakteristieke uiterlijk van een prachtige oude fabrikantenwoning met de verfijnde, luxe uitstraling van een persoonlijk hotel. Geniet van hoe de zon het water aan de Zuidkade oranje kleurt. Of ontwaak met een espresso tegen het decor van onze tuin met Italiaans gevoel.”
- Niet: “Ons historisch boetiek hotel is gelegen tussen ‘s-Hertogenbosch en Eindhoven, prachtig gesitueerd aan enerzijds het water en anderzijds aan onze ruime rustgevende tuin en lounges.”
Tot slot: schrijf eens in de vraagvorm
Wissel ‘gewone’ zinnen af met vraagzinnen. Deze maken de tekst vlotter en persoonlijker. Hoe we dat bedoelen? Nou, zo!